Volop beweging op de arbeidsmarkt. Nu nog leren matchen!

25 september 2013

De uitgangspunten die de inrichting van onze arbeidsmarkt hebben bepaald, kloppen niet meer. Economische groei, die de motor was van de welvaart en daarmee ons welbevinden, is voorlopig ver te zoeken. Maatregelen om die weer aan te jagen zijn gebaseerd op verouderde ideeën en theorieën. En blijken ook niet te werken.

Er gaat nog veel veranderen en we zitten midden in de transitiefase hiervan. Op de arbeidsmarkt zien we de nieuwe orde al ontstaan. Werkgelegenheid wordt gecreëerd door ondernemingen. En daarvoor  eisen zij maximale flexibiliteit bij inzet van arbeid tegen een zo goedkoop mogelijk tarief. Arbeidskrachten reageren hierop door zich zo veel mogelijk aan te passen: zzp-ers, flexwerkers, uitzendkrachten, arbeidsmigranten, meer deeltijd werkers en vrijwilligers. Tevens is het arbeidsaanbod ook diverser geworden: naast de reguliere arbeidskrachten bieden zich steeds meer vrouwen, meer ouderen en meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zich aan.

Uit de vorige alinea blijkt dat er voldoende veranderbereidheid is bij de beroepsbevolking. Er wordt namelijk behoorlijk ingespeeld op de behoeftes van werkgever. De arbeidsmarkt is hierdoor volop in beweging.

Wat er voor zorgt dat de arbeidsmarkt op slot blijft, is dat wij als samenleving niet bereid zijn om een ander huis te bouwen op de fundamenten van de Nederlandse verzorgingsstaat. Er zijn teveel partijen die allemaal vanuit eigen belang nieuwe initiatieven om zeep helpen dan wel alleen bereid zijn mee te werken aan een oplossing als de andere partijen water bij de wijn doet (het beroemde poldermodel van Nederland). In plaats van te polderen zouden we juist nu met een echte oplossing moeten komen. Deze oplossing is gemakkelijk te vinden door het gezamenlijk belang voorop te stellen. En dit is dat mensen een inkomen willen om te kunnen leven. Dat inkomen kan worden verkregen door werk. Om werk te verkrijgen moeten medewerkers en andere werkaanbieders zich blijven ontwikkelen. Ondernemingen moeten bereid zijn om hierin te faciliteren .

De oplossing zou kunnen zijn dat HR leert breder te kijken en op voorhand het W&S traject zo inricht dat bijzondere doelgroepen altijd in de eerste selectie worden meegenomen. Dit kan bijvoorbeeld door zelf al vast te stellen hoe groot de afwijking van de eisen mag zijn. En al voor dat de vacature wordt uitgezet kan worden gekeken of de functie op een andere manier effectiever of net zo effectief kan worden ingevuld. En de werkzoekende zou zich meer als regisseur van zijn eigen loopbaan moeten profileren en steeds bezig blijven zich te ontwikkelen.

Dus in plaats van uitgaan van de eigen behoeftes zou men zich in het afstemmen van vraag en aanbod meer naar de ander moeten worden gekeken. In plaats van te denken in beperkingen zou moeten worden gekeken naar kansen die resulteren in werk.

Anja Lawera Managing Partner Optines Consultancy

Inspiratie & nieuws